De impact van Tata Steel op...
Industrie en economie
De wereld verandert snel en Europa zal daadkrachtige beslissingen moeten nemen om een rol van betekenis te blijven spelen. In zijn rapport uit 2024 pleit Mario Draghi, voormalig voorzitter president van de Europese Centrale Bank, voor industriepolitiek: het gericht steunen van de industrie van de toekomst. Staal zal hierin een centrale rol spelen, want een sterk Europa produceert haar eigen staal. Draghi laat ons nadenken over de vraag wat hiervoor de meest geschikte plekken zijn. De IJmond valt al snel af, en om meerdere redenen.
Europese industriepolitiek
Het staal van de toekomst willen we maken met waterstof in plaats van met steenkool. Met dit proces kan de staalindustrie in theorie bijna klimaatneutraal worden. Er is veel groene elektrische energie nodig om waterstof te maken uit water. De kosten voor deze energie zijn in Nederland een stuk hoger dan op andere plekken. Importeren van waterstof kan, maar is erg inefficiënt. Onderzoek toont aan dat de eerste stappen in het groenstaalproces het best op dezelfde locatie plaats kunnen vinden.
Wat we wel in de IJmond zouden kunnen houden, zijn latere stappen in het groenstaalproces. We zouden halffabricaten kunnen importeren uit landen waar groene energie wel goedkoop is. Die halffabricaten zouden we vervolgens hier verder kunnen bewerken tot hoogwaardig staal. Een deel van de huidige fabrieken zou kunnen blijven bestaan, terwijl de veel vervuilendere ‘voorkant’ met onder andere de kooksgasfabrieken verdwijnt. Dit scenario is doorgerekend in het Wijmond-rapport, en is wat ons betreft een van de mogelijke vormen van bedrijvigheid als we het gebied opnieuw vorm willen geven. Daar zal ook Draghi het mee eens zijn.
Strategische autonomie
De strategische autonomie van Nederland wordt door Tata Steel veelvuldig aangehaald als argument om de hele productieketen in Nederland te houden. Tata Steel gaat hier voorbij aan het feit dat alle grondstoffen voor staal (ijzererts, aardgas) in fase 1 op dit moment worden geïmporteerd. Hierdoor kan van echte strategische autonomie nooit sprake zijn. Wat je precies importeert maakt geen wezenlijk verschil, dus dat kunnen net zo goed halffabrikaten zijn. Daarnaast wordt ook zo’n 90% van wat Tata Steel produceert weer geëxporteerd, en importeert Nederland eenzelfde percentage aan staal uit andere landen.
Bovendien is het dus niet de nationale, maar de Europese schaal die ertoe doet. Wereldwijd is er een overschot aan staal. Om die reden draaiden alle Europese staalfabrieken bij elkaar afgelopen jaar op nog geen 70% van de totale capaciteit. Op meerdere van die locaties staan al installaties die geschikt zijn om staal te produceren met waterstof – installaties die Tata nu ook wil gaan bouwen.
Kortom: als we in Europa de koppen bij elkaar steken, kunnen we de boel stukken efficiënter regelen.
Nederlandse industriepolitiek
In hun brief van 11 maart aan de minister van Klimaat en Groene Groei zijn 117 economen duidelijk: het verschaffen van een subsidie van dergelijke proporties aan Tata Steel Nederland is zeer onverstandig. De basismetaalindustrie, voor het overgrote gedeelte vertegenwoordigd door Tata Steel, is de sector die relatief gezien het meest schadelijk is voor de Nederlandse samenleving. Verdeel twee miljard euro over industrieën die meer toevoegen, zoals de innovatieve maakindustrie, en de maatschappelijke opbrengsten zijn simpelweg hoger.
Dit is precies waar Draghi op doelt: we moeten investeren in de industrieën die ons op de lange termijn het meeste waarde brengen. Zeker in Nederland, waar de ruimte op meerdere vlakken schaars is (stikstof, netcapaciteit, energie…), is de urgentie voor effectieve industriepolitiek hoog.
Economische positie Tata Steel
De groep economen legt ook duidelijk bloot hoe slecht het gesteld is met de huidige financiële positie van Tata Steel Nederland. Afgelopen twee boekjaren draaide het bedrijf een verlies van €760 miljoen euro. De eigen investeringsruimte is zeer beperkt.
Voor de transitie waar Tata Steel voor staat is dus langdurige financiële steun nodig van buiten. Garanties vanuit het moederbedrijf in India om structureel te helpen zijn er niet. Al twee keer heeft Tata Group zelfs geprobeerd het staalbedrijf in de IJmond te verkopen.
Met zicht op twee miljard euro van de Nederlandse overheid echter, lijkt nu ook het moederbedrijf bereid geld bij te leggen. Al stelt het hiervoor harde voorwaarden. Zo moeten staalslakken verkocht kunnen blijven worden. Als er geen geld verdiend kan worden met dit giftige en vervuilende bijproduct van de staalproductie, heeft Tata Steel Nederland geen business case. Ondertussen wordt steeds duidelijker hoeveel schade Tata’s staalslakken aanrichten, in heel Nederland en daarbuiten.
In de tussentijd lopen er ook meerdere juridische procedures tegen Tata Steel. Omwonenden hebben een massaclaim van 1,4 miljard euro ingediend. Ook is het Openbaar Ministerie bezig met een strafrechtelijk onderzoek, waarvoor recent beslag is gelegd op interne administratie.
Verder schroeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, direct verantwoordelijk voor het toezicht op Tata Steel, na jaren van wegkijken nu de intensiteit van hun controles op. Begin 2026 betaalde Tata al 8,5 miljoen euro aan dwangsommen voor het overschrijden van milieunormen. In april werd opnieuw een dwangsom van 8,5 miljoen euro opgelegd.
Investeer in de toekomst
Wat ons betreft zijn de beste keuzes duidelijk. Investeer samen met andere Europese landen in fabrieken die het goedkoopste duurzame waterstofstaal kunnen maken. Investeer in Nederlandse innovatieve maakindustrie, netverzwaring en opwek en opslag van duurzame energie. Investeer niet in een structureel niet-concurrerende, verouderde en zeer vervuilende staalfabriek.