De impact van Tata Steel op...
Overheid
Twee miljard euro overheidsgeld ligt klaar voor Tata Steel Nederland om een eerste deel (40%) van hun fabrieken te vervangen. Maar de weerstand tegen deze zogeheten maatwerkafspraak en het bedrag dat ermee gemoeid is, wordt steeds groter. Terecht dat velen, waaronder een grote groep vooraanstaande economen, zich afvragen: is dit wel een verstandige besteding van zoveel publiek geld?
Als de maatwerkafspraken er daadwerkelijk komen, hoe zeker weten we dan dat Tata ook de overige 60% van de vervuilende fabrieken gaat vervangen? En wie gaat dat dan weer betalen? De overheid heeft al gezegd dat zij niet meebetalen aan die 60%. Als Tata nu niet eens 40% zelf kan betalen, waarom dan straks wel 60%? Of wordt de overheid nu ergens ingerommeld? Wie draait ervoor op als het niet uitpakt zoals Tata nu voorspiegelt? Alleen al vorig boekjaar leed het bedrijf 204 miljoen euro verlies.
Subsidiefuik
In september 2025 tekenden Tata Steel en (toenmalig) minister Hermans van Klimaat en Groene Groei uit naam van de Nederlandse overheid een intentieovereenkomst. Dit document bevat vele afspraken, door beide partijen onderschreven met de intentie om hieruit de echte maatwerkafspraak te laten voortvloeien. Hierin noemt de overheid het harde getal dat zij bereid is bij te dragen aan de transitie van Tata Steel: twee miljard euro. Maar wie de hele overeenkomst leest, kan niet anders dan concluderen dat het daar niet bij zal blijven.
Door andere toezeggingen en voorwaarden komt hier tot 2040 jaarlijks 375 tot 580 miljoen euro bij, becijfert economenblad ESB. Zo verplicht de overeenkomst de overheid om de infrastructuur rond het afvangen van CO₂ (CCS) te realiseren, de biomethaanmarkt te ontwikkelen en de windcapaciteit op zee voldoende uit te bouwen. Daarnaast zijn er opzeggingsvoorwaarden voor Tata. Hogere energienetkosten, een eventuele nationale CO₂–heffing, nieuwe regels rondom de verkoop en het gebruik van staalslakken: allemaal mogelijke redenen voor Tata in India om de overeenkomst op te zeggen. Aan al deze zaken zijn kosten verbonden.
“Als vergelijkbare garanties terugkomen in de definitieve overeenkomst, creëren ze een stilzwijgende subsidiefuik waarbij de overheid gedwongen wordt om door te investeren om de geïnvesteerde twee miljard euro subsidie en beoogde duurzaamheidswinsten niet verloren te laten gaan,” betogen economen in ESB. Door onzekerheden rond bijvoorbeeld de biomethaanmarkt kunnen de getallen zelfs nog hoger uitvallen.
Je kunt betogen dat de overheid hoe dan ook zal moeten investeren in de ontwikkeling van CO₂–afvang, ook los van Tata Steel. Maar Tata beweert uiteindelijk groene waterstof te gaan gebruiken, ooit… Dan komt er heel weinig CO₂ vrij (in het staalproces blijf je altijd wel wat steenkool gebruiken), waardoor je het nauwelijks hoeft af te vangen. Er dreigt nu veel geld naar een omweg te gaan, in plaats van te investeren in de echte economie van de toekomst.
En bio-methaan dan? Daarvan zal Nederland nooit voldoende hebben voor de hele staalfabriek. Andere landen moeten ook voldoen aan “Parijs” en zullen echt niet al hun bio-methaan aan Nederland gaan geven. Dat is nog los van de problemen met een certificatensysteem dat Nederland zegt te willen ontwikkelen en wat per definitie zeer fraudegevoelig is.
Volledige, echte vergroening ver weg
Met de twee miljard wil Tata één productielijn veranderen, zo’n 40% van de totale capaciteit. Ze stelt dat hierdoor 40% van de CO₂– uitstoot verdwijnt, maar dat is met de huidige voorstellen gewoon onwaar. Daarin wordt steenkool eerst vervangen door aardgas. Dan komt er nog steeds CO₂ vrij. Volgens de plannen zal Tata op z’n vroegst in 2045 zonder netto CO₂– uitstoot opereren. Terwijl het Europese emissiehandelssysteem er op dit moment op is ingericht om de hele Europese industrie in 2040 klimaatneutraal te maken. Tata Steel dus ook. Begrijpt u het nog?
Het moge duidelijk zijn: binnen de huidige maatwerkafspraken wordt nog niet eens de helft van Tata’s oude fabrieken vervangen. Wel heeft het bedrijf grote plannen om ook de rest te gaan vernieuwen. Maar de grote vraag is: wie gaat dat eigenlijk betalen?
Hans van den Berg, CEO van Tata Steel Nederland, geeft aan dat ze daarvoor niet weer aan hoeven te kloppen bij de overheid. Het bedrijf zou tegen die tijd voldoende winstgevend moeten zijn om de tweede stap zelf te kunnen zetten. Maar er is alle reden om hieraan te twijfelen. Ook Van den Berg doet dat hoorbaar: “Zo is het uitgelegd.” Wie het precies heeft uitgelegd en op basis waarvan, wordt niet duidelijk. Op beloftes uit India hoeft hij in elk geval niet te rekenen.
Wat als het misgaat?
De intentieovereenkomst bevat ook geen enkele garantie dat het moederbedrijf aansprakelijk gesteld kan worden, mocht Tata Steel Nederland toch niet levensvatbaar blijken. Er is geen grondige analyse nodig om in te zien dat dit geen ondenkbaar scenario is. De wereldwijde overproductie van staal, hoge energiekosten, Trumps heffingen… Het spreekt allemaal niet voor Tata’s business case.
Als dit gebeurt gaat er onvermijdelijk publiek geld verloren. Behalve de verloren investering, draait Nederland ook nog op voor de kosten van de bodemsanering. Ook de kosten om het personeel naar ander werk te helpen (sociaal plan) en eventuele werkloosheidsuitkeringen van het personeel zijn voor rekening van de Nederlandse belastingbetaler.
Dit komt doordat het moederbedrijf Tata Steel Limited ervoor heeft gezorgd dat zij niets hoeft te betalen bij een faillissement: Tata Steel Ltd heeft geen zogenoemde 403-verklaring afgegeven.
In het kort: de forse investering van de Nederlandse overheid in Tata Steel is een subsidiefuik en borgt geen echte vergroening. Wel brengt het zeer grote financiële risico’s met zich mee. Nederlands belastinggeld kan slimmer, beter en duurzamer geïnvesteerd worden.